Dees

Hoe een verboden laptop uitliep op de beste les van de dag

 

Mokkend gaat hij achter zijn tafel zitten, zijn hand dusdanig onder z’n hoofd dat z’n mond tot een soort komische, diagonale grimas wordt getrokken.

Groep 5.

"Juf, mogen we de laptop gebruiken om iets op te zoeken?"

Van mij mag het. Inspiratie opdoen via andere kanalen, helpt vaak om hun fantasie op gang te krijgen. Want de opdracht 'teken een fantasiedier – een dier dat nog niet bestaat' is voor sommigen nog te abstract. Want wat verzin je? En hoe teken je dat dan?

Een van mijn foefjes is: maak een combinatie van dieren die al bestaan:
Een haai met vleugels.
Een kat met een pauwenstaart.
Een draak met de poten van een flamingo.

De meeste leerlingen gebruiken dan toch graag een voorbeeld om na te tekenen. Anderen hebben dit niet nodig en werken volledig vanuit hart en ziel.

Afspraken

De laptop dus. Maar... De ervaring leert ook dat die stiekem voor spelletjes en verboden You-Tube filmpjes wordt ingezet. Dus ik maak hele duidelijke afspraken met de klas en als ze zich daar niet aan houden, dan gaat de laptop weer terug in de kast.

Je raadt het al: deze grens wordt vrij snel overschreden en de leerling in kwestie mag zijn laptop inleveren. Uiteraard gaat dat niet zonder protest: "Ja maar... Ik was alleen maar…” [vul in die smoes].

Mokkend gaat hij achter zijn tafel zitten, zijn hand dusdanig onder z’n hoofd dat z’n mond tot een soort komische, diagonale grimas wordt getrokken. Maar na enkele minuten zie ik zowaar de eerste potloodstrepen verschijnen.

Kennelijk is het resultaat niet naar zijn zin, want niet lang daarna verkreukelt hij zijn papier tot een balletje en sjokt naar de oud papier bak. Bijna gooit hij het propje weg, maar ik zie hem twijfelen. Hij checkt of ik kijk (ik doe net of zie ik hem niet) en gooit het propje omhoog. Hij laat het op z'n voet landen en schopt hem dan telkens opnieuw omhoog, alsof hij op het voetbalveld staat. "Juf kijk! Ik heb een voetbal gemaakt!" roept hij triomfantelijk terwijl hij het propje blijft hooghouden.

“Mooi jongen, maar een voetbal is niet echt fantasie, hè? Het is iets wat al bestaat. Misschien kun je er nog iets anders van maken? Geef het vleugels, of iets anders. Dan heb je je in ieder geval aan de opdracht gehouden.”

Hij fronst. Mijn idee moet even landen, maar dan zie ik zijn ogen oplichten: “Mag ik nog een A-viertje pakken voor de vleugels?”

Driftig gaat hij aan de slag met papier, stift en schaar. Ik heb werkelijk geen kind meer aan hem.
Tussendoor komt hij om plakband vragen. De bal krijgt vleugels opgeplakt, twintig minuten later zitten er pootjes onder en daarna krijgt de ‘voetbal’ een heus hoofd met een gezichtje.
Hij gaat zó op in het maken van zijn nieuwe creatie, dat hij zelfs in de pauze doorgaat, terwijl anderen een video op het digibord kijken.

Tong uit de mond, broodje in de ene hand, plakband in de andere.

Zijn uiteindelijk creatie? Dees. Dees bestaat dus uit twee A-viertjes, en een complete rol plakband. Dees gaat overal mee naartoe: de WC, het schoolplein en krijgt een hoofdrol in het toneelstuk die de leerlingen altijd aan het eind van de middag mogen opvoeren.

Ik hou hier zó van! Fantasie is niet wat ik vind dat het moet zijn. Of wat een ander ervan zegt. Het is wat ze er zelf van maken als dat brein eindelijk eens op gang komt.

Als de bel om twee uur gaat, staat hij voor me: “Komt juf morgen weer? Dit was zó leuk!”

Volgende
Volgende

Het walvarken met zijn dubieuze superkracht